Ga direct naar
Inhoud

Wat is dyslexie?

Veel kinderen leren spelenderwijs spreken, lezen en schrijven. Maar voor sommige kinderen is dat moeilijk. Dat kan komen door dyslexie. 

Dyslexie is een stoornis met hardnekkige problemen bij lezen en/of spellen. Als iemand vroeger dit soort problemen had, werd hij nogal eens voor dom of lui versleten. Maar dat was een vergissing. Dyslexie heeft niets te maken met gebrek aan intelligentie of ijver. Sterker nog: beroemde mensen als de staatsman Winston Churchill, de schrijfster Agathie Christie of de componist Johan Sebastian Bach waren ook dyslectisch!

De oorzaak van dyslexie is nog steeds niet precies bekend. Men denkt nu dat het komt door hele kleine afwijkingen in de hersenen. Daardoor kunnen woordbeelden niet automatisch een plaats krijgen in het geheugen. Dat maakt het moeilijk om geschreven woorden om te zetten in gesproken woorden (bij lezen) en gesproken woorden om te zetten in schrift (bij spellen).

Dyslexie heeft gevolgen voor het leren van taal, maar ook voor vakken waarbij veel lezen te pas komt. Ook kunnen mensen met dyslexie problemen krijgen in een beroep waarin ze snel informatie moeten verwerken.

Kenmerken van dyslexie

Als alle kinderen met dyslexie dezelfde problemen hadden, zou het eenvoudig zijn om deze stoornis te herkennen. Maar er zijn veel verschillen. Het ene kind heeft vooral moeite met lezen, een ander met schrijven en weer een ander met lezen én schrijven.
Dyslexie heeft wel altijd de volgende kenmerken:

  • Er is een ernstige achterstand op het gebied van lezen en/of spelling ten opzichte van leeftijdsgenoten en de problemen zijn hardnekkig.
  • De gebruikelijke hulp en zelfs intensieve begeleiding hebben maar een heel gering resultaat.

Het lijkt wel of kinderen met dyslexie steeds weer voor het eerst lezen, met alle moeite die dat kost. Sommige dyslectische kinderen vergeten snel wat ze geleerd hebben. Dat ligt niet aan het geheugen. Ze hebben moeite met inprenten. Ze herkennen woorden niet automatisch en ze hebben veel aandacht nodig om een tekst te ontcijferen. Ook komt het voor dat kinderen met dyslexie problemen hebben om over de regel heen te kijken. Vaak moeten ze weer naar het begin van de regel om te weten wat er stond. Ook vergissen ze zich makkelijk als ze van het eind van de regel naar het begin van de volgende regel moeten. Soms lezen ze woorden van rechts naar links: een/nee, man/nam. Letters die op elkaar lijken houden ze niet uit elkaar, bijvoorbeeld b/d, p/g, m/n en ei/ie. Foutloos schrijven kan eveneens een groot probleem vormen. Vaak worden letters vergeten, toegevoegd of in een verkeerde volgorde geschreven.

Signalen van dyslexie bij kleuters

Kleuters hebben nog geen lees- en schrijfonderwijs. Daarom kunnen we bij kleuters nog niet spreken over dyslexie. Er kunnen wel signalen zijn dat kleuters een verhoogd risico hebben op dyslexie. Hieronder een paar voorbeelden:

  • moeite met verstaan als er achtergrondgeluiden zijn of als mensen snel spreken;
  • woorden door elkaar halen die 'op het gehoor' op elkaar lijken;
  • moeite met mondelinge opdrachten en met rijmen;
  • hardnekkige uitspraakfouten;
  • moeite met nazeggen van lange woorden en nonsenswoorden;
  • moeite met benoemen van kleuren, cijfers en eenvoudige objecten;
  • geen of weinig kennis van letters;
  • geen pogingen om bijvoorbeeld de eigen naam te gaan schrijven.

 

De begeleiding op school

Bij kleuters en in de eerste helft van groep 3 kunnen we nog niet spreken van dyslexie. Daarvoor moeten ze eerst een periode lees- en taalonderwijs gehad hebben. Bij kleuters kunnen we hooguit zeggen dat ze een verhoogd risico hebben op het ontwikkelen van dyslexie. Hoe eerder dat wordt opgemerkt, hoe beter. Daarom houdt de basisschool de taalontwikkeling van kinderen zo vroeg mogelijk in het oog. Als u ernstige lees- of spellingsproblemen in de familie heeft, is het goed als u de school daarover al bij de aanmelding informeert. Het is namelijk bekend dat dyslexie erfelijk is.

Vanaf de tweede helft van groep 4 kan beter beoordeeld worden of een kind dyslexie heeft. Als een leerling herhaaldelijk zwak presteert bij lezen en/of spellen, zet de school een speciaal hulpverleningstraject in. Meestal maakt de school daarvoor in overleg met een onderwijsadviseur van Driestar Onderwijsadvies een plan van aanpak. De hulpverlening moet voldoen aan een aantal voorwaarden:

  • Er moet intensief geoefend worden: minimaal drie keer per week twintig minuten.
  • Er moet goede begeleiding geboden worden: de leerling oefent niet alleen, maar er is altijd iemand bij aanwezig.
  • Er moet goed materiaal gebruikt worden.

Deze manier van hulpverlening duurt over het algemeen zes maanden. In die tijd wordt regelmatig geëvalueerd. Als na dit halfjaar de vorderingen gering zijn, zijn er twee mogelijkheden:

  • De leerling voldoet aan de criteria van de zorgverzekering. De ouders kunnen zich dan voor een dyslexieonderzoek aanmelden bij Driestar Onderwijsadvies. Blijkt er inderdaad sprake van ernstige dyslexie, dan komt het kind in aanmerking voor behandeling door een dyslexiebehandelaar van Driestar Onderwijsadvies.
  • De leerling voldoet niet aan deze criteria. In dit geval kan de school een dyslexieonderzoek aanvragen bij Driestar Onderwijsadvies. De resultaten van het hulptraject op school en het dyslexieonderzoek worden vastgelegd in een dyslexiedocument. Hierin staat of de leerling dyslectisch is en zo ja, in welke mate. Daarnaast wordt advies gegeven voor het vervolg en de aanpak op school.




Snelkoppelingen