voor kinderen van 6 - 9 jaar
![]() |
|
Suus kijkt naar het been van Jos. Het ligt een beetje raar. Ze hurkt naast Jos. 'Ga eens staan,'zegt ze. Jos schuift met zijn been. 'Au, dat gaat niet.'
![]() |
|
Roelf dwaalt door het bos. Hij kruipt door dichte struiken. Van de ridder hoort hij niets meer. Toch durft hij niet over het pad te gaan. Je weet maar nooit...
![]() |
|
Roelf lacht. 'Zeg, Brecht... Wie is die ridder daar?' Roelf wijst. Brecht volgt zijn hand.
![]() |
|
'Uw zoon is een held,' zegt ze. Mama kijkt naar Tim. Tim bloost ervan. Maar hij weet niet waarom. De mevrouw vertelt. Mama en Tim luisteren.
![]() |
|
'Mijn tas is weg,' zegt hij zacht. Hij kijkt naar de grond. Mama draait zich om. 'Weg?' vraagt ze. 'Hoe kan dat nu?'
![]() |
|
'Sanne,' roept Niels. 'Olaf ligt in de waterplas.' 'Wat?' Sanne draait zich om. Niels wijst naar het water. Er drijft een bobbel in de waterplas.







