Ga direct naar
Inhoud

Dyscalculieprotocol - grote stap gezet

maandag 07 februari 2011 Sinds afgelopen november bestaat er een landelijk dyscalculieprotocol, omdat dit toen officieel is aangeboden aan de minister. Betekent dit dat we nu precies weten wat we moeten doen om een zeer rekenzwak kind een dyscalculieverklaring te geven? Dat is teveel gezegd, maar de eerste grote stap is in ieder geval gezet. Het document is een leidraad om met name voor zwakke rekenaars het rekenonderwijs zo goed mogelijk in te kleden en voor hen op die manier preventief bezig te zijn.

Het protocol – algemene karakteristiek

Het dyscalculieprotocol is enige maanden geleden aan de minister aangeboden om het (door ambtenaren te laten) door nemen en tekstueel en inhoudelijk te verbeteren. Zodra dat is gebeurd, komt het protocol via de drukker en verspreider bij u op school. Als het protocol wordt bezorgd, heeft u weliswaar een fors voorlopig werkdocument in bezit, maar dat is evenwel nog niet geheel compleet. Net zoals bij dyslexie is er eerst een soort schooltraject (deze term wordt overigens niet of nauwelijks gehanteerd) en dit gehele traject staat beschreven in het nieuwe protocol. Wat daarna volgt (en wat vooral bestemd is voor externe diagnostici) is nog in ontwikkeling.

Het document is enerzijds bedoeld voor 98% van uw leerlingen en anderzijds voor de resterende 2%. Het is een leidraad om met name voor zwakke rekenaars het rekenonderwijs zo goed mogelijk in te kleden en voor hen op die manier preventief bezig te zijn. Dit vraagt een goed doordacht rekenzorgbeleid op school, leerkrachten die excellent rekenles geven, een deskundige rekencoördinator, enzovoort.

Dit levert naar zwakke leerlingen toe gaandeweg al meer geïntensiveerde rekenzorg op. Op een gegeven moment kan evenwel het ogenblik aanbreken dat je voor de keuze staat een ERW-indicatie aan te vragen of een dyscalculieverklaring (ERW = ernstig reken/wiskunde probleem). Je bent dan in de buurt gekomen van de zwakste 2% rekenaars. Als je als leerling een dyscalculieverklaring krijgt, ben je vanwege alle ins en outs van het protocol ook ècht een dyscalculist.

Het protocol – enkele belangrijke nadere karakteristieken

Het protocol is een uitgebreid beschreven document. Het geraamte ervan stoelt vooral op vier pijlers of modellen: het handelingsmodel, het drieslagmodel, het fasen- of momentenmodel en het sporenmodel. We leggen de modellen in deze bijdrage niet uit, maar geven wel de functies even aan.

Het handelingsmodel zorgt ervoor dat als een leerling in bijvoorbeeld groep 6 weliswaar veel van de aangeboden stof niet op mentaal niveau aankan, dit wel kan op één of meer denkniveaus daaronder dankzij bepaalde concrete visualisaties. Daardoor is het mogelijk dat hij/zij toch met dezelfde opgaven als die van de medeleerlingen bezig is.

Het drieslagmodel voorkomt de valkuil die dit moment op nog veel te veel basisscholen strijk en zet voorkomt: op basis van de scores van methodetoetsen die gebaseerd zijn op alléén antwoorden direct conclusies te trekken. Antwoorden alleen zeggen tot op behoorlijke hoogte heel weinig bij rekenzwakke leerlingen.

Het fasen- of momentenmodel geeft de diverse fasen in het traject naar een eventuele indicatie of verklaring aan.

Het sporenmodel geeft aan hoe je organisatorisch je rekenles moet inkleden in een bepaalde fase en bij een bepaalde mate van uitval bij één of meer leerlingen.

Verder zijn er nog vele andere karakteristieken. We noemen slechts:

  • het protocol is bedoeld voor kinderen vanaf 4 t/m ongeveer 14 jaar;
  • een dyscalculieverklaring kan in de regel op z’n vroegst worden gegeven vanaf groep 6;
  • het einde van een traject bij een leerling kan ook géén indicatie of verklaring inhouden;
  • als er op een gegeven moment RT gegeven moet worden, moet dat door een dyscalculair bevoegd Rt-er worden gegeven;
  • intelligentie is van belang en de ondergrens ligt bij 85;
  • een externe diagnosticus moet of een orthopedagoog/psycholoog met GZ- of NVO-registratie zijn of onder supervisie van hen staan en moet voldoende ERWD-kennis (ERWD = ernstig reken/wiskunde probleem of dyscalculie) hebben;
  • het protocol wordt t.z.t. herzien;
  • er vindt nog geen vergoeding plaats via de ziektekostenverzekeraar.

 

Het bovenstaande bevat niet meer dan enkele belangrijke krenten uit de gehele protocolpap. Het geeft u evenwel een eerste indruk.

Het protocol – onze insteek

De insteek van Driestar Onderwijsadvies is als volgt. We hebben de kern naar voren gehaald en daarmee gekozen voor een praktische insteek die uitmondt in een handzaam compact gebruiksdocument van het protocol. Op deze manier kunnen scholen m.b.v. begeleiding van ons direct met het protocol aan de slag. Dat wil niet zeggen dat we daarbij steken laten vallen. Al invoerend komen ook andere noodzakelijke aspecten van het protocol als vanzelf aan de orde. Via bijeenkomsten met ib-ers hopen we ons scholenveld in directe zin hierover te informeren en via geplande consultaties kunt u nu reeds bij onze medewerkers terecht.

Invoering van het nieuwe protocol op uw school is een vereiste om zo ver te komen dat een zeer rekenzwakke leerling een dyscalculieverklaring zou kunnen krijgen. Wilt u tot invoering overgaan, dan verwijzen we naar ons nieuwe aanboddocument waarin u meer informatie aantreft.

Bij dyslexie bestaat de mogelijkheid voor zgn. behandeling, al dan niet vergoed door de ziektekostenverzekeraar. Zo ver is het bij dyscalculie nog niet. Wel overwegen we te gaan experimenteren met enkele veelbelovende behandelaanpakken voor dyscalculie. Vergoeding daarvan is echter nog lang niet in beeld (zie eerder).

Het nieuwe en het oude protocol

Omdat het nieuwe protocol nog moet worden opgetuigd, blijft voorlopig ons oude dyscalculieprotocol als mogelijkheid over. Het is namelijk niet ineens zodanig verouderd dat het geen rechtsgeldigheid meer zou hebben. Dat is pas het geval als het nieuwe overal volledig functioneert.

Een zeer belangrijk verschil tussen het nieuwe en ons oude protocol is de omgeving. In ons oude protocol kreeg een leerling vooral geïntensiveerde zorg in de remediale setting en bij het nieuwe protocol is dat merendeels de zo excellent mogelijk geworden klassensetting en deels de aanvullende remediale setting.

Slotopmerkingen

Voor vragen over het nieuwe protocol kunt u terecht bij de collega’s van onze dyscalculieprotocol-werkgroep:

C.C. (Kees) Geluk (orthodidact en auteur van deze bijdrage);
J. (Janneke) van Klaveren (rekendocent en onderwijsadviseur);
A. (Ad) de Waard (onderwijsadviseur),

 

«Terug





Snelkoppelingen
Volg ons op