Ontwikkelingsperspectief (toegepast op rekenen)
Handreiking in hoofdlijnen
Eerst bepaal je het gemiddelde leerrendement van de drie laatste LOVS-afnames en daarna bepaal je op basis van deze gegevens het te verwachten eindniveau.
Voorbeeld
Stel dat het een leerling betreft die eind groep 5 een dle behaalde van 15 en overgaat naar groep 6 met een gemiddelde leerrendement bij de drie laatste afnames van 40%. Het te verwachten eindniveau eind groep 8 is dan dle 24 (40% van dl 60). Het huidige dle bedraagt 15, er moeten dus nog 9 dle’s bij komen.
Vervolgens ga je getalsmatig bepalen wat per half jaar het aan te bieden leerstofniveau is. Daarbij betrek je drie parameters, namelijk de bandbreedte of zone van naaste ontwikkeling, de intelligentie en de bevorderende en belemmerende factoren.
Deze stap kan verwarring gaan wekken, omdat de indruk gewekt wordt dat een nieuw eindniveau wordt vastgesteld. Weliswaar lijkt het daarop, maar het gaat erom om per half jaar te bepalen hoeveel leerstof-vooruit steeds kan worden aangeboden.
Voorbeeld
We kunnen in het kader van deze bijdrage niet op de manier ingaan waarop je precies deze parameters erbij betrekt, maar soms kunnen er bij een leerling behoorlijk wat dle’s bijkomen, zodat het zgn. aanbodniveau, uitgedrukt in dle’s hoger wordt. Bij de leerling uit ons voorbeeld komen er daardoor 9 dle’s bij boven de 9 dle’s die we al hadden: 18 dle’s in totaal dus.
Daarna volgen enkele stappen die we in het kader van deze bijdrage niet uitwerken, maar ze resulteren in de volgende tabel.
| aanbodperioden | aanbod in dle’s |
beheersings-dle |
| half groep 6 | 15 (+4) 19 | dle 17 |
| eind groep 6 | 17 (+4) 21 |
dle 19 |
| half groep 7 | 19 (+3) 22 | dle 20 à 21 |
| eind groep 7 | 20/21 (+3) 23/24 | dle 22 |
| half groep 8 | 22 (+2) 24 | dle 23 |
| eind groep 8 | 23 (+2) 25 |
dle 24 |
Hoe moeten we de tabel lezen? De eerste helft van groep 6 bieden we de stof aan in het gebied van dle 15 t/m dle 19. Dus de stof van groep 4 van januari t/m mei. Daarmee hopen we een niveau van dle 17 (maart groep 4) te bereiken halverwege groep 6.
De tweede helft van groep 6 bieden we de stof aan in het gebied van dle 17 t/m dle 21. Dus de stof van groep 4 van maart t/m september groep 5. Daarmee hopen we een niveau van dle 19 (mei groep 4) te bereiken eind groep 6. En zo voort. (Tel je de dle’s waarvoor een plus staat op, dan kom je op 18 dle’s: het in het voorgaande getalsmatig vastgestelde aanbodniveau.)
De in de derde kolom vastgestelde tussen- en einddoelen zijn geformuleerd in termen van dle’s. De inspectie vindt dat deze óók geformuleerd moeten zijn in termen van vaardigheidsscores van het Cito.
Tenslotte ga je bepalen wat je een leerling leerstofinhoudelijk gaat aanbieden. Daarbij kun je gebruik maken van leerlijnen, miniroutes of staalkaarten. We gaan in het kader van deze bijdrage niet in op de vraag wat deze lijnen, routes en kaarten precies zijn, maar met de onderstaande voorbeelden proberen we aan te geven dat er veelal geen uitgebreide lijsten nodig zijn die ingetypt moeten worden.
Voorbeeld-1
Als je bij een OPP-leerling (die naar het LWOO zal gaan) gaat werken met de methode en je volgt daarbij een ‘miniroute’, dan kun je in het OPP volstaan door naar een (reeds door Driestar onderwijsadvies uitgewerkte) miniroute te verwijzen.
Voorbeeld-2
Als je bij een OPP-leerling gaat werken met de reguliere methode en je volgt daarbij de PRO- of LWOO- leerlijnen die door Mariëlle v/d Stap subliem zijn beschreven, dan kopieer je netjes de leerlijnpagina’s van je methode en geef je op basis van de v/d-Stap-leerlijnen daarin (door bijvoorbeeld aankruisen) aan welke elementen je daarvan aan de orde stelt. (Zie voor genoemde leerlijn: “Van kerndoel tot leerlijn, Concretisering van de kerndoelen voor het speciaal onderwijs”. Mariëlle vd Stap, SWP Amsterdam)
Voorbeeld-3
Als je bij een OPP-leerling (die naar het LWOO zal gaan) gaat werken met de reguliere methode en je volgt daarbij de zgn. LWOO-rekenstaalkaart, dan kopieer je netjes de leerlijnpagina’s van de methode en geef je op basis van de LWOO-rekenstaalkaart daarin (door bijvoorbeeld aankruisen) aan welke elementen je daarvan aan de orde stelt.
Voorbeeld-4
Als je met een OPP-leerling (die naar het LWOO zal gaan) gaat werken met de Kopieerbanden Rekenen of met Dartel, dan kun je in het OPP volstaan met te verwijzen naar deze naar LWOO uitgewerkte programma’s.
Voorbeeld-5
Enzovoort.
Slotopmerkingen
Met het bovenstaande hebben we naar zwakke leerlingen toe (hoogbegaafde leerlingen hebben we buiten beschouwing gelaten) niet meer dan het kernproces bij het opstellen van een OPP weergegeven. Andere aspecten die ook van belang zijn, hebben we niet aan de orde gesteld. Het zal duidelijk zijn dat een goed onderbouwd OPP best wat werk vraagt. Om die reden biedt Driestar Educatief een cursus over het opstellen van een OPP aan voor ib’ers. Omdat een OPP vanuit wettelijke verplichting ook door een externe moet worden doorgenomen – wat in de praktijk vaak een orthodidact of soms een orthopedagoog van onze dienst zal zijn – kun je in de geplande consultaties ook bij hen terecht.
Archief > 2012
mei
april
- 24-04-12 - Rouw - literatuursuggesties
- 24-04-12 - Stoppen met stickeren?
- 24-04-12 - 'Lastige' jongens: extra aandacht binnen handelingsgericht werken!
- 24-04-12 - Zwakke rekenaars in de bovenbouw
- 24-04-12 - School- en/of groepsdoelstellingen AVI
- 24-04-12 - Functioneringsniveau vaststellen
- 24-04-12 - Acadin
- 24-04-12 - Willem Wind en hoogbegaafdheid op school
- 24-04-12 - Zeer zwakke rekenaars helpen met scaffolding
- 24-04-12 - Master Sen: “De opleiding staat heel dicht bij mijn eigen praktijk!"
maart
- 13-03-12 - Dagboek van een orthopedagoog
- 13-03-12 - De hoogbegaafheid survivalgids
- 13-03-12 - Tafels-oefenen.nl
- 13-03-12 - Singapore-rekenen
- 13-03-12 - Kurzweil en toetsen
- 13-03-12 - Gedifferentieerde grenswaarden nieuwe AVI-toetskaarten
- 13-03-12 - De handelingsgerichte ib’ er en de groepsbespreking
- 03-03-12 - Werken met leerlijnen in ParnasSys

