Ga direct naar
Inhoud

Betrokkenheids Instructie toegepast op Spelling: BIS

dinsdag 27 september 2011 Betrokkenheidsinstructie-spelling is een effectieve werkwijze die je aan een groep leerlingen tegelijk kunt geven. Er worden daarbij zowel betrokkenheidsprincipes als linguïstische principes gehanteerd. De instructie geef je in groepsverband, maar niet aan de gehele groep. (Je hebt in je klas immers altijd ook instructie-onafhankelijke leerlingen.) De groep waarmee je traint, kan klein zijn (enkele leerlingen) of groter (tot tien leerlingen is mogelijk).

De werkwijze is jaren geleden ontwikkeld door een ib’ster in Gelderland. Later is de aanpak gewijzigd door experimentele ervaringen en vrij recent verder geperfectioneerd dankzij nieuwe inzichten. Bij de laatste ervaringen lukte het een grote groep leerlingen die op E-niveau scoorde één of twee niveaus hoger te krijgen.

Betrokkenheidsaspecten

Betrokkenheid in een groep bereik je door het aanbrengen van een sfeer van keep-on-rolling: je stelt aan leerling A een vraag. Na haar/zijn antwoord* stel je direct aan leerling B** de volgende vraag. Na haar/zijn antwoord* stel je direct aan leerling C de daarop volgende vraag. En zo voort. Tot je klaar bent met het vragenderwijs doornemen van een te trainen woord.

Vervolgens laat je direct de leerlingen het woord noteren, terwijl je zelf de niet besproken gedeelten van het woord op bord noteert***.
Zijn de eerste leerlingen klaar, dan noteer je in een opvallende kleur de besproken klank(en)/letter(s) en/of klankgroep(en)/lettergroep(en).
De leerlingen controleren tijdens het noteren-van-de-letters-in-kleur en verbeteren indien nodig.
Vervolgens ga je direct**** over naar het volgende te trainen woord op de hierboven geschetste manier.

* Als het antwoord goed is, stel je direct de volgende vraag aan een leerling. Als het antwoord fout is, kun je of direct een andere leerling de vraag laten beantwoorden of geef je direct zelf het goede antwoord. Dat heeft te maken met het feit of er bij de behandeling van een woord veel te bespreken valt. Als dat zo is, geef je zelf het antwoord.
Als het antwoord even op zich laat wachten, geef je ook of direct een andere leerling de beurt of geef je direct zelf het goede antwoord.
** Of je geeft leerling A weer een beurt om er voor te zorgen dat hij/zij met aandacht mee blijft doen.
***
Met ruimte(n) voor het/de wel besproken gedeelte(n), bijvoorbeeld het woord ‘spelen’ noteer je zo:
sp lenen
het woord ‘baggermolen’ noteer je zo:
ba erm len.
**** Door direct na een vraag een leerling een beurt te geven, creëer je het karakter van een bepaalde starthouding.

Het blijkt dat in sommige gevallen het bijhouden van de (totale) benodigde tijd van de training en die te vergelijken met de benodigde tijd van de voorgaande training waarbij dezelfde woorden werden getraind, er voor zorgt dat de groep erop uit is in de buurt van dat record te komen, het te evenaren of het te verbeteren. Ook dit kan vaak (maar niet altijd) voor een blijvend hoge betrokkenheid zorgen.

Linguïstische aspecten

Welke vragen moet je aan de leerlingen stellen?

- de segmentatievraag;
(Als het een éénlettergrepig woord betreft: “Verdeel het woord eens in losse klanken”: bijvoorbeeld: ‘sneeuw’ in “s” “n” “ee” “w” en bijvoorbeeld ‘goal’ in (zachte) “k” “oo” “l”.
Als het een meerlettergrepig woord betreft: “Verdeel het woord eens in lettergrepen” (bedoeld wordt: auditieve lettergrepen), bijvoorbeeld: ‘baggermolen’ in “bâh” “gur” “moo” “lun”.)

- de fonetische en de alfabetische vraag;
(Fonetisch: “Welke klank vind je bij het schrijven van dit woord moeilijk?”* Zie de voorbeeldbeschrijving verderop.
Alfabetisch: “Met welke letter of letters van het alfabet schrijf je die klank(en)?” Zie de voorbeeldbeschrijving verderop.)

- de drie regelverwoordingsvragen.**
(“Hoort er een spellingregel bij?”
“Hoe luidt die spellingregel?”***
“Hoe gaat die regel precies bij dit woord?”****)

* “Niks,” zal een leerling al gauw zeggen. In dat geval kan de vraag voortaan beter luiden: “Welke klank vinden sommige kinderen soms moeilijk bij het schrijven van dit woord?” of: “Welke klank is moeilijk bij het schrijven?”
** Het betreft de spellinggevallen ‘kopen’ (vaak ‘open lettergreepregel’ genoemd), ‘bakker’ (vaak ‘gesloten lettergreepregel’ genoemd), ‘stad’ (eind-d-regel) en ‘web’ (de zeldzame eind-b-regel).
*** Vaak kan een spellingzwakke leerling de regel wel (op)zeggen, echter zonder eigenlijk goed te snappen hoe die precies werkt – vandaar de volgende vraag.
**** Het gaat in de verwoording vooral om de essentie – niet zozeer om de syntactisch correcte formulering.

Voorbeeldbeschrijvingen en andere informatie

Deze geven we niet omdat de grenzen van de artikelgrootte zijn bereikt. Je kunt de volledige bis-beschrijving opvragen bij de auteur.

Kees Geluk, orthodidact

«Terug





Snelkoppelingen
Volg ons op