Ga direct naar
Inhoud

ZIEN! leerlingvragenlijst: zicht krijgen op de beleving van het kind!

woensdag 07 december 2011 Sinds september 2011 is de volledige versie van de ZIEN! leerlingvragenlijst beschikbaar: een webbased vragenlijst voor leerlingen van groep 5-8 over hun welbevinden, betrokkenheid en de beleving van sociaal gedrag. Door niet alleen als leerkracht in te vullen hoe je het kind ziet functioneren, maar door ook de leerling te vragen hoe hij dingen beleeft, krijg je een nog beter beeld van je leerlingen. Dit artikel geeft aan wat de meerwaarde is van het invullen van beide vragenlijsten.

Aansluiting leerkracht- en leerlingvragenlijst

De ZIEN!PO-leerlingvragenlijst sluit nauw aan bij de leerkrachtvragenlijst. De stellingen uit de vragenlijst voor de leerlingen komen voort uit een definitie van de bekende begrippen Betrokkenheid en Welbevinden en de vijf sociale vaardigheden van ZIEN!: Sociale flexibiliteit, Sociaal initiatief, Sociale autonomie, Impulsbeheersing en Inlevingsvermogen.

Nadenken over jezelf

De ZIEN!PO-leerlingvragenlijst is ontworpen voor leerlingen van groep 5 t/m 8 (vanaf ongeveer 9 jaar). Van kinderen van deze leeftijd mogen we verwachten dat zij goed in staat zijn om over zichzelf na te denken. Zij kunnen dan namelijk mentaliseren, dat is het nadenken over eigen denken, ideeën, wensen en fantasieën (Frith &  Frith, 2003).

Met de leerlingvragenlijst wordt aan leerlingen zélf gevraagd hoe zij hun betrokkenheid, welbevinden en sociaal gedrag (in de vorm van de vijf sociale vaardigheden) beleven. Door deze uitkomst te vergelijken met de leerkrachtvragenlijst van ZIEN! krijgt de leerkracht een meer volledig beeld van het daadwerkelijk functioneren van de leerling.

Beleving komt boven

Een leerkracht kan slechts gedrag observeren en daar voorzichtige conclusies aan verbinden: bijvoorbeeld of er sprake is van bepaalde zorgbehoeften. Door aan de leerling zelf vragen te stellen, kan een laag dieper in kaart worden gebracht. Het gaat dan om vragen zoals: wat is de beleving van de leerling? Wat zijn de gedachten en gevoelens die ten grondslag liggen aan het gedrag? Als de leerkracht daar zicht op heeft, kan hij in zijn begeleiding aansluiten bij de daadwerkelijke behoeften van de leerling. In termen van het ijsbergmodel richt de leerlingvragenlijst zich op datgene wat zich onder het wateroppervlak bevindt: de opvattingen (zelfbeeld), normen en waarden, eigenschappen en motieven van iemand. Door daar zicht op te krijgen en daar vervolgens bij aan te sluiten in de begeleiding, is er een grotere kans op daadwerkelijke gedragsverandering.

Voor meer informatie over de leerlingvragenlijst kunt u kennis nemen van de stellingen en de theoretische verantwoording, die zijn te vinden op de site van ZIEN!.

«Terug





Snelkoppelingen
Volg ons op