Ga direct naar
Inhoud

Hechting, een noodzakelijke basis voor later

dinsdag 13 december 2011 In de vroege ontwikkeling is hechten aan ouders/verzorgers een belangrijke ontwikkelingstaak van kinderen. Gehechtheid is niet alleen een kenmerk van een kind, maar zeker ook een kenmerk van de relatie met zijn/ haar opvoeders.
Kinderen met hechtingsproblemen hebben veel duidelijkheid en structuur nodig in de klas en een leerkracht die hen echt ziet.

Hechting

Kenmerken van hechting zijn: separatieangst (eenkennigheid), selectiviteit (ouder/verzorger herkennen) en exploreren. Een kind gaat terug naar zijn ouders/verzorgers als er gevaar dreigt en begint opnieuw met exploreren als het gerustgesteld is. Op basis van de responsiviteit van ouders/verzorgers op dit zoekgedrag ontstaat het intern werkmodel bij het kind. Een kind leert uit ervaring of het terug kan vallen op de ouders/verzorgers of niet, of het de ouders/verzorgers kan vertrouwen of niet. De eerste twee levensjaren zijn de beste periode om veilige gehechtheid tot stand te brengen.

Hechtingsproblemen herkennen in de klas

Aanwijzingen voor een onveilige hechting zijn: ontwikkelingsachterstand, een tekort aan sociale responsiviteit, apathie, geen troost zoeken bij problemen, geen hulp zoeken bij leerkrachten of juist overafhankelijk zijn, moeilijk een band met de ander op kunnen bouwen, gevoelloos lijken.

In de DSM-IV-TR wordt gesproken van een Reactieve hechtingsstoornis (RHS). Vanuit onderzoek wordt de inschatting gemaakt dat RHS bij minder dan 1 % van de bevolking voorkomt. Het onderscheid tussen RHS en onveilige hechting is vaak moeilijk te maken. Daarom wordt er ook wel gesproken over hechtingsproblemen i.p.v. hechtingsstoornis. Andere benamingen zijn algemeen problematisch hechtingsgedrag, Geen-Bodem-Syndroom of gebrek aan basisvertrouwen. Hechtingsproblemen komen vaker voor bij adoptie- en pleegkinderen, maar het is zeker niet zo dat er bij deze kinderen altijd sprake is van hechtingsproblemen.

Adviezen voor de in de klas

  • Veiligheid bieden door duidelijkheid en structuur
  • Laten merken dat u het kind echt ziet. Dit kan door het gedrag van het kind regelmatig vriendelijk te benoemen.
  • Ontvangstbevestiging: als een kind iets zegt, kunt u eerst herhalen wat het gezegd heeft voor u reageert.
  • Complimenten geven, gedrag positief benoemen.
  • Vriendelijke, geduldige, accepterende, erkenning gevende en stimulerende houding.
  • Het kind moet merken dat u als leerkracht onverzettelijk, onverwoestbaar, niet voor de gek te houden of af te leiden bent.
  • Pas op om te hoge eisen te stellen, hou rekening met de emotionele beperking.
  • Wees blij met kleine stapjes en heb veel geduld.
  • Goede samenwerking met ouders en eventuele behandelaars is belangrijk.

Drs. C.A. (Sandra) van den Berge-Moeleker, orthopedagoog

«Terug





Snelkoppelingen
Volg ons op