Brede ontwikkeling
Goed onderwijs richt zich op de ontwikkeling van het hele kind (ook wel hoofd, hart en handen genoemd). Het gaat niet alleen om denken en begrijpen, maar ook om vrij en onbelemmerd kunnen communiceren met jezelf, de anderen, de dingen en al het moois om je heen. Betrokken zijn op je omgeving doe je met je hele mens-zijn. Daarbij is ook je gevoel betrokken. De verschillende ontwikkelingsgebieden versterken elkaar.
Een van de opdrachten van een christelijke school is het ontwikkelen van sociaal gedrag. Binnen een thema doen zich allerlei situaties voor waar kinderen postief van elkaar afhankelijk zijn. Kinderen mogen niet onderduiken in de groep, er zijn altijd opdrachten waarbij het gaat om 'nu zelf!'.
Achter de zichtbare werkelijkheid is een tweede dimensie te zien. De scheppende hand van God zie je alleen als je bereid bent om lang en intensief te kijken. Ook wel het 'tweede zien' genoemd.
Een basisbehoefte van kinderen is verwantwoordelijkheid krijgen en kunnen nemen. Hierbij blijft de leerkracht degene die aansluit bij het kunnen van kinderen. Wat zij vandaag met de leerkracht doen, kunnen zij morgen zelfstandig. Er kan na de introductie van het onderwerp ook heel goed een oriëntatieweek zijn zodat de kinderen allerlei ideeën over het onderwerp in kunnen brengen.