Ga direct naar
Inhoud

Leraar

Schatbewaarder

Je bent schatbewaarder omdat je hebt te zorgen voor kinderen die een hoge waarde vertegenwoordigen (Ps. 139: 14). Je geeft ze veiligheid. Je zorgt voor eigen ruimte voor kinderen. Je brengt ze in aanraking met de tastbare werkelijkheid van het leven.

Je leert kinderen schatten te bewaren en te beschermen, zodat ze later ook schatbewaarder kunnen zijn.

Tuinier

Je bent tuinier omdat je voor kinderen zorgt die groeien. Je zorgt voor de goede groeiomstandigheden. Je handelen kenmerkt zich door zorgvuldigheid. Omdat je weet wat de oogst kan zijn, heb je geduld, want groei laat zich niet bespoedigen door ongeduld.

Je leert kinderen met zorg om te gaan met dat wat groeit.

Herder

Je bent schaapherder, omdat je leiding geeft. Je handelen kenmerkt zich doordat je overdraagt. Je helpt kinderen hun gedrag te reguleren. Je biedt structuur. Je traint en slijpt in, zodat gedrag en kennis automatiseert. Je zorgt voor een breed gebruik van de zintuigen.

Je leert kinderen te zorgen voor de dieren, zodat ze later ook herder kunnen zijn.

Gids

Je bent gids omdat je de werkelijkheid voor kinderen ontsluit. Je wijst ze op wat het onderzoeken waard is. Je laat ze zien wat ze uit zichzelf niet zouden ontdekken. Je maakt ze nieuwsgierig naar meer. Je vormt ze door de normen te bespreken en voor te leven.

Je leert kinderen met anderen op weg te gaan, zodat ze later ook zelf gids kunnen zijn.

Priester

Je bent priester omdat je kinderen inwijdt in de geheimen van het leven. Je kent zelf een aantal van die geheimen. Je ontsluiert voor hen, zowel op het natuurlijke en culturele, als op het godsdienstig/geestelijke vlak. Je brengt ze tot verwondering. Je brengt ze bij de waarden van het leven.

Je leert kinderen de geheimen van het leven, zodat ze later zelf ook priester kunnen zijn.





Snelkoppelingen
Volg ons op