Ga direct naar
Inhoud

Visie

Probleemstelling

  1. Hoe kan het (ontwikkelingsgerichte) onderwijs na groep 2 een vervolg krijgen maar wel ingebed in het methodische onderwijs?
  2. Hoe bewaken we dat de opbrengsten van het onderwijs niet teruglopen als scholen kiezen voor ‘meer leren aan minder’?
  3. Hoe maken we keuzes in het aanbod van de school en wat moeten scholen met de bestaande (zaakvak)methoden (voor bio, ak, geschiedenis, enz) doen?
  4. Hoe kunnen (pedagogische) principes in de praktijk zichtbaar worden?
  5. Hoe kan het onderwijs betekenis krijgen zodat de motivatie voor onderwijs toeneemt (of blijft!)?

De ontwikkeling van het kind en eisen van de omgeving

Veel scholen werken in de onderbouw conform het concept Ontwikkelingsgericht Onderwijs (OGO). De manieren waarop deze visie op ontwikkeling in de praktijk wordt uitgewerkt, verschil per school, maar het uitgangspunt van de brede ontwikkeling zal in vrijwel alle kleutergroepen herkenbaar zijn. Het uitgangspunt bij al deze trajecten is dat de ontwikkeling van kinderen centraal staat. De onderwerpen worden dan ook altijd gekozen vanuit het perspectief van de ontwikkelkansen die ze bieden. De meeste scholen slagen er goed in om het concept van OGO in de groepen 1 en 2 in te voeren waar er nog geen vast omlijnd curriculum aanwezig is. Wanneer scholen het concept willen doorvoeren in de groepen 3 en 4 wordt het al lastiger omdat het curriculum (leerlijnen) leidend is en niet de ontwikkeling (ontwikkelingslijnen) van het kind. De vraag is dan vanaf groep 3 hoe aan de ene kant de ontwikkeling van kinderen bevorderd kan worden en aan de andere kant recht wordt gedaan aan de eisen die de omgeving (denk aan: cito, inspectie, kerndoelen, voortgezet onderwijs) stelt.

Betekenisvol…

Verschillende scholen beogen betekenisvol te werken met hun leerlingen, vaak vanuit uiteenlopende onderwijsvisies. Gemeenschappelijk hebben deze vormen van betekenisvol onderwijs, dat geleerd wordt in rijke contexten waarin een beroep wordt gedaan op de natuurlijke belangstelling van leerlingen.

Ook – juist(!)- vanuit onze christelijke identiteit is veel te zeggen voor een betekenisvolle vormgeving van het onderwijs. Van belang is dat kinderen leren zich te verbinden aan de wereld om hen heen. Daarbij hebben ze een goed zicht op de werkelijkheid nodig. In het betekenisvol curriculum willen we kinderen de dingen laten zien in het licht van de Schepper. Dat betekent voor deze werkelijkheid dat kinderen zich verwonderen over het mooie van de schepping, maar tegelijkertijd ook de gebrokenheid onder ogen zien.

Wanneer we voor ogen hebben dat kinderen zich verbinden met de wereld om hen heen, moeten we ook de vraag stellen: Wat is des kinds? Wat houdt een kind bezig en wat kan een kind raken? Het vraagt van zowel leerkracht en kind een open, ontvankelijke houding. Ook vraagt het een zekere bescheidenheid in het benaderen van de werkelijkheid.

Het woord ‘betekenisvol’ wordt regelmatig gebruikt als het gaat om onderwijs. De vraag is nu: wat verstaan wij er precies onder? Het meest kernachtig laat het zich zo typeren: Onderwijs is betekenisvol wanneer kinderen zich kunnen verbinden aan de inhoud. Hoe kunnen de dingen betekenis voor een kind krijgen? Leerstof moet kennis worden, iets van leerlingen zelf worden, leiden tot persoonlijkheidsverandering. Met het betekenisvol onderwijs hebben we een integrale benadering voor ogen: Rondom de inhoud worden de kinderen ook moreel gevormd. Het betekenisvol onderwijs gaat dus veel verder dan alleen het bijbrengen van cognities.

Woorden die een verdere inkleuring van het begrip ‘betekenisvol’ geven zijn: Doorleving, hart, daadwerkelijk begrijpen van dingen, verheldering van het bestaan, bezieling, verwondering, met open en ontvankelijke houding dingen tegemoet treden, nederigheid.





Snelkoppelingen
Volg ons op