Stappenplan Zwols Model
De volgende stappen kunnen leidend zijn om te komen tot een gedegen implementatie. In overleg met de school wordt een maatwerktraject samengesteld.
- Vanuit een zogenoemde 0-meting, waarbij de betrokken leerkrachten door middel van een aantal indicatoren de ontwikkelingsbehoefte van de school, het team en de individuele leerkracht in kaart brengen (vaststellen van scholingsbehoefte).
- Op grond van deze 0-meting wordt samen met de school verkend welke instap- en ontwikkelroute de school zou moeten kiezen om aan te sluiten bij de ‘zone van naaste ontwikkeling’ van de leerkrachten. Het verdient aanbeveling eerst aandacht te besteden aan de basisvaardigheden en de attitudes van de leerkrachten. Daarna kan de school beginnen met de implementatie van de differentiatievorm op vijf niveaus. Een gedegen implementatie van dit model vergt mogelijk een aanpak verdeeld over meerdere jaren.
- Vervolgens wordt dit plan door middel van een aantal (door de school te bepalen) studiemomenten, klassenconsultatie en nauw overleg met directie, ib’er en/of bouwcoördinator, omgezet in haalbare concrete acties op school-, team- en individueel niveau.
- Aansluitend wordt het proces geëvalueerd en wordt opnieuw de scholingsbehoefte van de school vastgesteld.
- Ten slotte krijgt het proces van borgen van de bereikte doelen een plek. Dit proces wordt gaandeweg het traject duidelijk vormgegeven. Het verdient aanbeveling om een veranderteam op school in te stellen dat deze verandering binnen de school begeleidt.
Zwols Model in groep 1 en 2
Het onderwijs aan kinderen in groep 1-2 dient te worden onderscheiden van het onderwijs aan kinderen in de groepen 3-8. Het jonge kind is anders dan het kind in groep 3. Het spreekt voor zichzelf dat deze scheidslijn niet scherp is, de overgang is geleidelijk. Het is vanuit het ontwikkelingspsychologische uitgangspunt belangrijk om waar mogelijk aan te sluiten bij de ontwikkeling van de kleuter. Niet de vakken staan centraal, maar de activiteiten die ten dienste staan van de ontwikkeling van het kind. Werken vanuit het Zwols Model geeft daarom in de onderbouw enkele nuanceverschillen aan ten opzichte van de bovenbouw:
- Bij het begrip zelfstandigheid kan de leerkracht kiezen voor het werken met een planbord of in de kleine kring.
- Wat het begrip instructie betreft: in de onderbouw wordt veel gewerkt met de responsieve instructie.
- Ook bij kleuters wordt het activerend lesgeven gebruikt om de betrokkenheid te vergroten. Hierbij kan de leerkracht onder andere kiezen voor samenwerkingsvaardigheden of interactief voorlezen. Het betekenisvol maken van activiteiten kan hierbij ook betrokken worden.
- Het pedagogisch klimaat kan worden bevorderd door goed te leren omgaan met de plaats van relatie, competentie en zelfstandigheid tijdens de activiteiten en aandacht te besteden aan de positieve controle.
- De kleuters worden vooraf niet ingedeeld in niveaus, maar de leerkracht kan differentiëren door de brede ontwikkeling te stimuleren, door het werken in hoeken en de inzet van geletterde en gecijferde routines, en daarbij op verschillende niveaus te begeleiden. Verder kunt u kiezen voor de keuze en invoering van een observatiesysteem om de individuele ontwikkeling nog beter te kunnen volgen.
Dit product is ontwikkeld door het reformatorisch SWV Zwolle en is daar met succes ingevoerd.