Iedere leerkracht ervaart in zijn groep de grote verschillen tussen de kinderen: geen twee kinderen zijn gelijk. En toch heeft hij er twintig of meer in zijn groep. Het valt niet mee om ieder kind tegemoet te komen en toch een beheersbaar systeem te hanteren.
Zwols Model: een model om optimaal te differentiëren (groep 1 t/m 8). Wat moet een leerkracht kunnen om te komen tot differentiatie? De leerkracht moet zo goed mogelijk toegerust zijn om de eigenheid van elk kind zo goed mogelijk tot haar recht te laten komen. Hij moet dit ook overzichtelijk kunnen vormgeven in de dagelijkse praktijk. De vijf pijlers uit het Zwols Model voor goed onderwijs/goed lesgeven bij de hoofdvakken, met name rekenen en taal, zijn:
- Twee modellen: zelfstandig werken (met ruimte voor extra hulp) en effectieve instructie (met instructie-afvalrace en vrijkomende tijd voor extra hulp).
- Twee attitudes: de leerkracht moet activerend lesgeven (waaronder interactie) en er moet een goed pedagogisch klimaat zijn (waaronder positieve controle).
- De leerkracht moet algemene kennis hebben van differentiatievormen en deze toe kunnen passen bij de verschillende niveaus.
Stappenplan Zwols Model
De volgende stappen kunnen leidend zijn om te komen tot een gedegen implementatie. In overleg met de school wordt een keuze gemaakt uit de onderstaande stappen:
- Vanuit een zogenoemde 0-meting, waarbij de betrokken leerkrachten door middel van een aantal indicatoren de ontwikkelingsbehoefte van de school, het team en de individuele leerkracht in kaart brengen (vaststellen van scholingsbehoefte).
- Op grond van deze 0-meting wordt samen met de school verkend welke instap- en ontwikkelroute de school zou moeten kiezen om aan te sluiten bij de ‘zone van naaste ontwikkeling’ van de leerkrachten. Het verdient aanbeveling om eerst aandacht te besteden aan de basisvaardigheden van de hierboven omschreven twee modellen en de twee attitudes alvorens met de implementatie van de differentiatievorm op vijf niveaus van start te gaan. Een gedegen implementatie van dit model vergt mogelijk een aanpak verdeeld over meerdere jaren.
- Vervolgens wordt dit plan door middel van een aantal (door de school te bepalen) studiemomenten, klassenconsultatie en nauw overleg met directie, ib en/of bouwcoördinator, omgezet in haalbare concrete acties op school-, team- en individueel niveau.
- Aansluitend wordt het proces geëvalueerd en wordt opnieuw de scholingsbehoefte van de school vastgesteld.
- Ten slotte krijgt het proces van borgen van de bereikte doelen een plek. Dit proces wordt gaandeweg het traject duidelijk vormgegeven. Het verdient aanbeveling om een veranderteam op school in te stellen dat deze verandering binnen de school begeleidt.
Zwols Model in groep 1 en 2
Het onderwijs aan kinderen in groep 1-2 dient te worden onderscheiden van het onderwijs aan kinderen in de groepen 3-8. Het jonge kind is anders dan het kind in groep 3. Het spreekt voor zichzelf dat deze scheidslijn niet scherp is, de overgang is geleidelijk. Het is vanuit het ontwikkelingspsychologische uitgangspunt belangrijk om waar mogelijk aan te sluiten bij de ontwikkeling van de kleuter. Niet de vakken staan centraal, maar de activiteiten die ten dienste staan van de ontwikkeling van het kind. Werken vanuit het Zwols Model geeft daarom in de onderbouw enkele nuanceverschillen aan ten opzichte van de bovenbouw:
- Bij het zelfstandig werken kan de leerkracht kiezen voor het werken met een planbord of in de kleine kring.
- De effectieve instructie wordt in de onderbouw minder gebruikt, maar er wordt veel gewerkt met de responsieve instructie.
- Ook bij kleuters wordt het activerend lesgeven gebruikt om de betrokkenheid te vergroten. Hierbij kan de leerkracht onder andere kiezen voor samenwerkingsvaardigheden of interactief voorlezen. Het betekenisvol maken van activiteiten kan hierbij ook betrokken worden.
- Het pedagogisch klimaat kan worden bevorderd door goed te leren omgaan met de plaats van relatie, competentie en zelfstandigheid tijdens de activiteiten en aandacht te besteden aan de Positieve Controle.
- De kleuters worden vooraf niet ingedeeld in niveaus, maar de leerkracht kan differentiëren door de brede ontwikkeling te stimuleren, door het werken in hoeken en de inzet van geletterde en gecijferde routines, en daarbij op verschillende niveaus te begeleiden. Verder kunt u kiezen voor de keuze en invoering van een observatiesysteem om de individuele ontwikkeling nog beter te kunnen volgen.
Dit product is ontwikkeld door het reformatorisch SWV Zwolle en is daar met succes ingevoerd.
Meer informatie
Meer informatie kunt u verkrijgen bij G. (Bert) van de Waerdt.