28 september 2026

Spot aan… op de stille revolutie!

Door drs. Peter Dijkstra

“Het lijkt me vréselijk dat een vreemde op mijn kamer en zelfs in mijn bed slaapt!” zei één teamlid. “Is dat waarom jij Homme huilend hebt getekend,” vroeg haar collega, “of heeft het iets met z’n moeder te maken?” Ik genoot van deze levendige uitwisseling. Hoe inzichtgevend en verbindend is zo’n boekengesprek! Laten we dat deze Kinderboekenweek ook vaak doen, met elkaar en met leerlingen.

Op 30 september start de Kinderboekenweek weer. Dit jaar is het thema Spot aan! De christelijke variant heeft gekozen voor de toevoeging Laat je licht schijnen!

Scholen besteden dan extra aandacht aan lezen en dat is een goed teken natuurlijk, zeker gezien de laatst gepubliceerde PISA-uitkomsten over het begrijpend leesniveau van 15- jarigen: bijna 40% haalt het basisniveau niet. Maar daar is al genoeg over gezegd in de media. Hier wil ik juist een positief geluid laten horen en bespreek ik een paar praktische ideeën om een leescultuur op school te bevorderen. 

Revolutie in het leesonderwijs

Veel scholen gooien het roer om en bezinnen zich op het leesonderwijs. Hoe kun je kinderen tot gemotiveerde en goede lezers maken? Ik durf wel te spreken van een stille revolutie. Er komt bijvoorbeeld meer ruimte voor het verrijkte vrije lezen (30 minuten per dag), waarbij de leraar het zelfstandig lezen actief stimuleert door samen met de leerling een passend boek te kiezen en de leerling goede vragen te stellen. Ook geeft de leraar minilessen over allerlei aspecten van lezen of over verschillende genres. Verrijkt vrij lezen is een krachtige motor van het leesonderwijs. Kinderen maken leeskilometers en bouwen tegelijkertijd de noodzakelijke algemene kennis over de wereld op. 

Literaire gesprekken

Een ander voorbeeld: ik begeleid een basisschoolteam dat gestart is met het voeren van literaire gesprekken met uitdagende boeken volgens de aanpak van Gertrud Cornelissen. Dit is een ultieme vorm van begrijpend lezen! De hele klas leest hetzelfde boek en in circa zeven lessen worden allerlei (literaire) aspecten diepgaand overdacht, besproken en beschreven. Dit helpt kinderen om veel en vloeiender te lezen en met meer begrip. Het is bewezen dat kinderen meer leren wanneer taaldomeinen gecombineerd worden.

Leescultuur

Kortom: scholen zien dat het anders kan en durven te veranderen. Vanuit het lectoraat moedigen wij deze ontwikkeling aan. Drie tips hebben we voor scholen:

  1. Zorg voor een rijk boekenaanbod
    Naast een goed boekenaanbod zet je in op leerkrachten die zelf repertoirekennis verwerven. Om literaire gesprekken te voeren bijvoorbeeld, moet je als team nadenken welke uitdagende en waardevolle boeken je kiest. Goede boeken vind je onder andere op de website van Boekenopdracht.
  2. Ontwikkel leesonderwijsdidactiek
    Zoek met elkaar naar goede en effectieve didactische aanpakken, zoals de al genoemde literaire gesprekken of het verrijkte vrije lezen. Denk na over verwerkingsvormen waardoor leerlingen dieper gaan nadenken over het verhaal. Hieronder vind je twee voorbeelden van passende werkvormen bij lezen.
  3. Creëer een leescultuur
    Een levendige en motiverende leescultuur op school én thuis vergroot de kans dat kinderen met plezier lezen. De Kinderboekenweek is bij uitstek de gelegenheid om hieraan te werken. Zorg voor mooie (nieuwe) boeken en laat kinderen nadenken over wat ze lezen. Je kunt dit lezen zichtbaar maken door thematafels en het promoten van verschillende boeken. Laat wel de werkschriften, puzzelboekjes en invulbladen weg in die week. 

Werkvormen

Theaterlezen

Theaterlezen of toneellezen is leuk en past goed in de Boekenweek. Boeken die hiervoor geschikt zijn hebben een speciaal label. Op een speelse en interactieve wijze leest een groepje leerlingen samen hardop voorin de klas een verhaal voor. Afhankelijk van het aantal personages spelen de kinderen verschillende rollen. Daarbij ligt de nadruk vooral op het expressief voorlezen, zoals de leraar zelf ook doet tijdens het voorlezen. Het boek geeft aanwijzingen voor de ‘stemmetjes’ (bijvoorbeeld hard en nors, verlegen, met een sissende s of fluisterend). Kinderen leren letten op de zinsopbouw, de interpunctie, de snelheid en de dynamiek. Omdat ze zo beter begrijpen wat er staat en hoe het er staat, geven ze betekenis aan het verhaal. Tekstbegrip, herhaald vloeiend lezen en taalbeschouwing ineen. Vaak hebben de leerlingen ook veel plezier met elkaar. Advies: stel een groepje samen met kinderen met een verschillend leesvaardigheidsniveau.

Een voorbeeld is Pluk de dag mier. Theaterlezen met fabels van Liesbeth Mende. Geschikt voor kinderen vanaf zes jaar. Over de moraal van de fabels kun je goed doorpraten met elkaar. Op de website van Gottmer staan meer mooie voorbeelden.

Lezen met een foto

Een andere mooie werkvorm om een gelezen tekst te verwerken is het maken of zoeken van een foto die een gelezen hoofdstuk samenvat. Kinderen lezen op school of thuis hetzelfde hoofdstuk. Ze mogen de foto zelf nemen of ze mogen er een zoeken op het internet of in een tijdschrift. Verzamel de foto’s en stel je de leerlingen de volgende vragen: 

  • Begreep je alles wat je hebt gelezen?
  • Kun je vertellen waarom je deze foto hebt gekozen bij dit boek?
  • Wat is hetzelfde aan jullie foto’s, wat verschillend?
  • Hebben jullie allemaal hetzelfde gelezen en hetzelfde idee over de tekst?

De leerlingen hebben weliswaar dezelfde tekst gelezen, maar komen er door deze verwerkingsopdracht achter dat ze een heel verschillende voorstelling van de tekst hebben gemaakt. Laat ze het vooral aan elkaar toelichten. Hou de gelezen tekst erbij, zodat ze de fragmenten erbij halen die leidden tot deze foto. Zo krijg je een inhoudelijk gesprek over hun voorstellingen, aan de hand van een boek.

Tekenen bij een boek

Laatste voerde ik een eenvoudiger variatie op deze werkvorm uit met het basisschoolteam dat literaire gesprekken gaat voeren met kinderen. Ik las de eerste hoofdstukken voor van Homme en het noodgeval van Annejan Mieras en vroeg de leerkrachten te tekenen wat het meeste indruk maakte. Het verhaal begint ermee dat Hommes moeder meedeelt dat een meisje uit zijn klas, Pien - die hij heel gek en raar vindt - bij hen komt logeren voor een aantal weken en in zijn kamer zal verblijven. Hij schrikt ervan en is er erg boos over.

Interpretatie en beleving

Er werden veel verschillende tekeningen of schetsen gemaakt. Een collega had een tekening gemaakt van de slaapkamer van Homme met als toelichting: het lijkt me zelf vréselijk dat een vreemde op mijn kamer en zelfs in mijn bed slaapt! Ikzelf had de reactie van Homme getekend: op een gegeven moment moet hij huilen. Hij blijkt behalve boos ook verdrietig te zijn. Een andere collega reageerde met de opmerking dat de tranen ook kunnen komen van het niet gezien worden door zijn moeder. 
 Zo ervoeren we dat iedereen het verhaal verschillend beleeft en interpreteert. Door erover te praten, kregen we meer inzicht in het verhaal en verbonden we onszelf er meer mee. Ook met de gehanteerde taal, want telkens ga je dan terug naar de tekst, naar hoe het er staat. Zo leer je aandachtig lezen, verbreed je het perspectief en leg je verbinding met de tekst en elkaar. Prachtig.

Spot aan!

De ‘stille revolutie’ is in volle gang. Ik roep scholen om op met veel plezier én durf op allerlei manieren met boeken aan de slag te gaan in de Kinderboekenweek. Spot aan op goed leesonderwijs! Ik wens iedereen een mooie, gezellige, leesrijke en verdiepende Kinderboekenweek toe.

drs. Peter Dijkstra

Over drs. Peter Dijkstra

Peter is docent Nederlands aan Driestar hogeschool, onderwijsadviseur en lid kenniskring bij het lectoraat Geletterheid. Hij houdt zich onder andere bezig met taal, schrijven en lezen.