2 november 2026

Een kijkje in mijn werk als orthopedagoog in een gezinshuis

Door Hanneke Bossenbroek-Mol

Als orthopedagoog begeleidt ik ook een gezinshuis. “Wat doet een orthopedagoog van Driestar educatief daar?”, vragen mensen mij vaak. Een begrijpelijke vraag; onze orthopedagogen houden zich vooral bezig met de leerlingzorg op scholen. Maar opgeleid als generalist gaat het in mijn werk toch telkens weer om hetzelfde: samen met professionals kijken naar wat een kind nodig heeft om zich zo veilig, gezien en optimaal mogelijk te ontwikkelen.

Sinds drie jaar kom ik regelmatig in een gezinshuis.  Een gezinshuis is een huis waar kinderen en jongeren wonen die tijdelijk of langdurig niet thuis kunnen wonen. Ze krijgen begeleiding en verzorging van professionele opvoeders, de gezinshuisouders. Zo groeien ze op in een veilige, stabiele omgeving die zoveel mogelijk op een gewoon gezin lijkt. 

Gemiddeld kom ik er eens per zes weken. Ik stap dan binnen in een gezinshuis waar dagelijks wordt geleefd, gezorgd, gelachen, gespeeld en ook geworsteld. Door deze regelmatige bezoeken kan ik goed aan sluiten bij wat er speelt, zonder het gewone gezinsleven teveel te onderbreken. Juist dat maakt het werk in een gezinshuis bijzonder: ik kijk niet van een afstand, maar sluit aan bij het leven zoals het er echt is.

Tijdens zo’n bezoek ga ik meestal eerst in gesprek met de gezinshuisouders, op een rustig moment als de pleegkinderen nog op school zijn. Het is fijn om in deze gesprekken mee te kunnen denken rondom de struggles die worden ervaren. Want opvoeden van pleegkinderen is intensief en vraagt veel van het pedagogisch handelen. Vaak spelen er problemen rondom het ervaren van basisveiligheid (kan ik de ander vertrouwen), vriendschappen en grenzen. Ook op leergebied ontstaan er soms moeilijkheden, zoals problemen met concentreren.

Tegelijk blikken we in zulke gesprekken ook even terug op de mooie momenten en de momenten waarop ontwikkeling te zien is. Het is zo belangrijk om ook stil te staan bij wat goed gaat. Juist omdat dat in de drukte van alledag soms onderbelicht blijft of de moeilijke momenten soms de overhand lijken te nemen.

Als de kinderen thuiskomen uit school, heb ik de gelegenheid om te zien hoe het met hen gaat en voer ik  informele gesprekjes.  Hoe doen de kinderen het? Hoe reageren ze op elkaar?  Hoe vinden ze zelf dat het gaat? Zijn er dingen die ze moeilijk vinden? Juist door met regelmaat in het dagelijks leven van de kinderen te komen, is het mogelijk om een band met hen op te bouwen en hen voor langere tijd te volgen. Dat is erg waardevol.

Een ander deel van mijn werk is het meekijken en meedenken in de samenwerking met school. Soms ga ik mee naar schoolgesprekken om samen de voortgang van een kind te bespreken. Prachtig, want dan valt mijn werk als orthopedagoog op de scholen en de gezinshuizen samen. Mijn ervaring die ik in de scholen heb opgedaan zet ik in om de schoolse ontwikkeling van de gezinshuiskinderen te volgen. We bespreken op die momenten ook hoe het leren gaat, hoe het welbevinden van de leerlingen is en hoe de sociale ontwikkeling verloopt. Door school, gezinshuis en begeleiding goed op elkaar af te stemmen, ontstaat er meer rust en duidelijkheid voor het kind. En dat is de beste basis voor groei en ontwikkeling.

Samen met de gezinshuisouders stel ik een hulpplan op. We proberen daarin samen scherp krijgen wat het kind nodig heeft, welke doelen we willen bereiken en welke stappen daarbij passen. Een goed hulpplan geeft richting, maar laat ook ruimte om indien nodig bij te stellen. De doelen in de hulpplannen worden door de gezinshuisouders met regelmaat geëvalueerd in hun eigen rapportagesysteem. Zo kan ik de grote lijn van de voortgang volgen. Twee keer per jaar worden de doelen uitgebreider geëvalueerd. Dit gebeurt zowel met de gezinshuisouders als de jeugdbeschermers.  De jeugdbeschermers zijn de wettelijke vertegenwoordigers van de kinderen. In die gesprekken kijken we terug: wat is er veranderd, wat werkt, waar lopen we nog tegenaan en wat heeft het kind verder nodig?

Als orthopedagoog in een gezinshuis ben ik niet alleen een professional die meedenkt, maar ook een vaste sparringpartner voor de gezinshuisouders. Dat vraagt om luisteren, observeren, verbinden en perspectief bieden.  Werken in een gezinshuis heeft mij laten zien hoe betekenisvol het werk van een gezinshuisouder mag zijn. Te mogen bijdragen aan de ontwikkeling van kwetsbare kinderen. Hen te laten merken dat ze veilig zijn en zich begrepen voelen. Ik ben dankbaar dat ik daar, samen met andere betrokkenen, een kleine schakel in mag zijn.