Wist je al dat onze psychologen ook basis-GGZ aanbieden op scholen? Wat is dat precies, basis-GGZ, en hoe kunnen we dat vormgeven op jouw school? GZ-psycholoog Albert de Vries legt het aan de hand van een aantal praktijkvoorbeelden uit. “Dat je een leerling kunt helpen in samenwerking met school en ouders, dat is voor mij echt de meerwaarde.”
"In mijn werk als GZ-psycholoog ben ik al jaren nauw verbonden aan scholen. Ik ben er regelmatig voor begeleiding in de vorm van observaties, gesprekken en onderzoeken en werk dan samen met de leerling, de leerkrachten, de intern begeleider en ouders of verzorgers. Ik onderzoek en begeleid leerlingen die vastlopen, soms op leren, soms op gedrag of emotioneel gebied. Dat kan gaan over leerproblemen, moeite met concentreren en motivatie, emotionele klachten of ingrijpende ervaringen zoals pesten of verlies.
Zorg met korte lijntjes
Soms kom je echter casuïstiek tegen die verder gaat dan wat je vanuit school kunt bieden. Dan is er ondersteuning vanuit de basis-GGZ nodig: een gespecialiseerde vorm van begeleiding niet door de school, maar via de gemeenten vanuit de GGZ wordt gefinancierd. Voor de leerling verandert er weinig: de gesprekken vinden gewoon plaats op de vertrouwde plek, vaak onder schooltijd, met korte lijnen naar de mensen die er voor die leerling toe doen.
Juist dat maakt een basis-GGZ-traject op school zo krachtig: ik ken de school, weet hoe de lijnen lopen en ben geen onbekend gezicht. Even afstemmen met de leerkracht of de ib’er, samen kijken wat helpend is in de klas, of ouders erbij betrekken als de problematiek ook of juist thuis speelt. Of, in een uitzonderlijke versie: soms praat ik juist met school en ouders maar zonder kind, om hen te ondersteunen in de begeleiding van het kind. Zo’n traject had ik voor een meisje dat op school nooit sprak en waarschijnlijk ook niet met mij zou spreken. Met de hulp die ouders en school van mij kregen, konden zij dit meisje goed begeleiden.
Uit de problemen?
Elk traject start ik open en nieuwsgierig: welke signalen zijn er, en wat komt er uit onderzoek? Welke hulp heeft dit kind nou echt nodig? Soms kom je pas gaandeweg achter het echte probleem. Het is zo mooi om dat te ontdekken en daarbij te kunnen helpen! Op één van mijn scholen kreeg ik een hulpvraag van een leerling die een ouder had verloren. Uit onderzoek was gebleken dat de intelligentie normaal was. Op school viel op dat de leerling moeite had met leren en zich slecht kon concentreren in de klas. Er werd gedacht aan rouwverwerkingsproblemen. De leerling sprak al tijdens het onderzoek open over het verlies, maar ook over de troost die er was vanuit het geloof dat haar moeder bij de Heere was. In de gesprekken die ik vervolgens had, bleek dat vooral rekenen en concentreren lastig waren. De leerling was ervan overtuigd ‘heel dom’ te zijn omdat rekenen niet altijd lukte. Samen met school en ouder hebben we dat opgepakt. De rt’er ging ook gericht aan de slag. Later hebben we ook verder over het verlies gesproken en alle vragen die dat gaf. Ik vind dat mooi: iets wat problematisch lijkt ontrafelen tot concrete hulp die helemaal niet zo ingewikkeld blijkt. Het betekent niet dat de problemen dan helemaal over zijn, maar ze worden wel weer hanteerbaar.
Voortgezet onderwijs
Ook in het voortgezet onderwijs ben ik veel te vinden. Daar verlopen de lijntjes anders en heb ik vaak contact met de mentor en zorgcoördinator. Naast de gesprekken met de leerling en ouders kijk ik dan samen met school: wat heeft deze leerling nodig om beter tot zijn recht te komen? Soms gaat het bijvoorbeeld om een leerling met ADHD, waarbij niet alleen individuele gesprekken helpend zijn, maar ook kleine aanpassingen in de schooldag, meer structuur of duidelijke afspraken met docenten. Doordat ik al betrokken ben bij de school, kunnen we snel schakelen en gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen.
Kern
Dat is voor mij de kern van basis-GGZ op school: behandeling en onderwijs die elkaar versterken, in een omgeving die vertrouwd is voor de leerling. Het laat zien hoe mooi en effectief het kan zijn als zorg en school elkaar weten te vinden, en hoe waardevol het is om die samenwerking structureel vorm te geven."