De afgelopen jaren zie ik steeds vaker kinderen met angstklachten. En dan heb ik het niet alleen over leerlingen die zichtbaar bang zijn. Angst kan zich op veel manieren uiten: spanning, stress, piekeren, niet durven, bang zijn om fouten te maken of situaties vermijden. Binnen onze basis-ggz begeleid ik op verschillende scholen kinderen met dit soort klachten.
Vaak lijken het kleine angsten, maar komt het zo vaak terug dat een kind erdoor belemmerd wordt. “Kan ik daar wel plassen?” “Wordt de juf niet boos, als ik mijn werk niet afheb?”. Deze angsten zie je ook al bij jonge kinderen. Kleuters die moeite hebben met antwoord geven in de kring. Leerlingen die een werkje niet durven in te plannen omdat ze denken: "Ik ken dit nog niet. Kan ik dit wel? Wat als ik het fout doe?"
Hulp op school werkt
Binnen onze basis-ggz begeleiden mijn collega-orthopedagogen en –psychologen en ik kinderen met dit soort klachten. We gebruiken beproefde methodes (evidence based). De hulp wordt vaak georganiseerd vanuit de jeugdzorg en vindt plaats op school. Heel dichtbij dus.
Dat heeft grote voordelen. Behandeling is vanuit christelijk perspectief. Ouders hoeven niet met hun kind naar een praktijk te reizen. School en ouders zijn nauw betrokken bij het traject. Angst speelt zich immers niet alleen thuis af en ook niet alleen op school. Ik heb de ouders en de school ook nodig om samen met het kind te werken aan een goede oplossing. Zeker in het begin heb ik veel contact met ouders. We bespreken wat werkt, wat niet werkt, in welke situaties het kind spanning ervaart en hoe zij hun kind kunnen ondersteunen zonder de angst over te nemen.
Wanneer wordt spanning een probleem?
Iedereen kent spanning. Sterker nog: een beetje spanning is gezond. Het helpt je om alert te zijn en goed te presteren. Dat leg ik kinderen ook uit. We praten over wat er in je lichaam gebeurt als je iets spannend vindt.
Maar er is ook spanning die je belemmert. Spanning waardoor je situaties gaat vermijden. Niet meer naar een kinderfeestje durven. Niet meer naar muziekles willen. Niet alleen de school binnen durven lopen om naar de klas te gaan. Dan zie je dat angst het dagelijks leven begint te beperken.
Ouders ervaren onzekerheid in dergelijke situaties. Met alle goede bedoelingen – gaan ouders met regelmaat meebewegen met de angst van hun kind. Ze willen hun zoon of dochter beschermen tegen verdriet of spanning. Heel begrijpelijk. Maar daardoor wordt de berg die een kind ervaart vaak alleen maar hoger en neemt de vermijding toe.
Terug naar de basis
Een behandeling begint meestal heel eenvoudig. We hebben het over emoties. Wat vind je leuk? Waar word je boos van? Waar word je verdrietig van? En waar ben je bang voor? Samen verzamelen we voorbeelden van spannende situaties. Vervolgens maken we een soort trap. Onderaan staan de situaties die nog nét te doen zijn. Bovenaan de dingen die heel spannend voelen. En dan beginnen we onderaan, zodat we succeservaringen op kunnen doen.
Ik denk bijvoorbeeld aan een meisje dat niet zonder haar moeder de school binnen durfde lopen om naar haar klas te gaan. Dat werd ons startpunt. Dat ze niet naar muziekles durfde, was de volgende stap. Die hakten we in stukjes: eerst samen met moeder, later samen met een vriendinnetje. En toen het vriendinnetje een keer ziek was, lukte het vervolgens tóch om zelf te gaan. Dat zijn de momenten waarop je ziet dat een kind groeit. Naar de plusklas gaan vond ze echt het spannendste. Twaalf sessies lang vertelde ze me dat ze daar echt niet heen wilde. Bij sessie dertien ging er iets om. Ze ging toch.
Missie geslaagd
Aan het einde van een traject maken we vaak samen een presentatie of een samenvatting in de map met alles wat het kind heeft geleerd. Dat is een mooie afsluiting. Soms kunnen we dan zelfs samen lachen om wat we hebben gedaan: "Vond ik dat ooit spannend?"
Mijn doel is niet dat een kind nooit meer bang is, maar om kinderen te leren hun angst te reguleren en te verminderen. iedereen heeft wel eens een dip. Als een kind dan terug kan vallen op wat het geleerd heeft over spanning en angst en wat het kan doen, zoals helpende gedachten, ademhalingsoefeningen en helpend gedrag, voorkom je belemmeringen in het dagelijks leven.
Als een kind maanden later bij een vriendje/ vriendinnetje durft te spelen, met plezier naar de plusklas gaat, alleen naar de klas loopt en zonder zorgen naar muziekles fietst, dan weet ik: missie geslaagd!