9 maart 2026

Waarom Driestar onderwijsadvies bij vermoeden van hoogbegaafdheid kiest voor de afname van de WISC-V

Door Lydia Visser

In het onderwijs is steeds meer aandacht gekomen voor leerlingen bij wie (vermoedelijk) sprake is van hoogbegaafdheid. Het zorgvuldig vaststellen van de intelligentie van (mogelijk) meer‑ of hoogbegaafde leerlingen is belangrijk om hun ontwikkeling goed te begrijpen en passend te begeleiden. In combinatie met een scherpe analyse van sterke en zwakke kanten, draagt zo’n intelligentieonderzoek bij aan zowel preventief handelen (voorkomen van problemen) als curatief handelen (doeltreffend interveniëren wanneer uitdagingen zich al voordoen).

Omdat ook intern begeleiders en leerkrachten dit inzicht in de intelligentie belangrijk vinden, krijgen wij als organisatie regelmatig de vraag waarom wij kiezen voor afname van de WISC-V en niet voor de KIQT+.

In deze blog leggen wij graag uit welke afwegingen wij maken en waarom we bewust kiezen voor de WISC-V als intelligentieonderzoek bij een vermoeden van hoogbegaafdheid.

Gedegen onderzoek

Onderzoek bij leerlingen met (een vermoeden van) hoogbegaafdheid is belangrijk. Leerlingen in deze doelgroep laten namelijk vaak een opvallend profiel zien: sterke cognitieve vermogens gaan niet altijd gelijk op met vaardigheden in leren leren, de sociaal‑emotionele ontwikkeling of het vermogen om te presteren.

Ontwikkelingsdomeinen kunnen asynchroon verlopen, waardoor hun behoeften minder zichtbaar zijn of verkeerd worden ingeschat. Een gedegen sterkte‑zwakteanalyse biedt dan onmisbare inzichten. Juist daarom is het belangrijk om helderheid te krijgen over hun cognitieve mogelijkheden. 

Het helpt om onderpresteren te herkennen, specifieke ontwikkelingsrisico’s te signaleren en onderwijs en ondersteuning af te stemmen op wat deze leerlingen werkelijk nodig hebben. Daarmee wordt de basis gelegd voor optimale groei, welbevinden en duurzame leerontwikkeling.

Wat is de KIQT+?

De KIQT+ is speciaal ontwikkeld voor leerlingen van 5 t/m 10 jaar bij wie een vermoeden van hoogbegaafdheid is. Er worden bij de test drie taken afgenomen (Fluïde Redeneren, Visueel Ruimtelijk redeneren en Kwantitatief Redeneren). 

De test meet ook de werksnelheid van een kind. Verbale taken worden niet afgenomen om invloed van omgevingsfactoren of taal zo min mogelijk mee te laten spelen. Er zijn geen tijdslimieten verbonden aan de afname van de verschillende taken. De bovengrens van de KIQT+ loopt tot een intelligentie van wel 170. 

De keuze om de KIQT+ af te nemen kan te maken hebben met de verwachting dat kinderen bijvoorbeeld te complex denken bij de afname van een WISC-V, een zeer hoge score halen of als verwacht wordt dat verbale vaardigheden zwakker ontwikkeld zijn in vergelijking met overige capaciteiten of als er sprake is van faalangst.

Breedte en diepgang van de WISC-V

Diagnostiek bij meer- en hoogbegaafde leerlingen vraagt om specifieke kennis van hoe deze leerlingen denken en leren. Het top-down denken, creatieve brein, bewust denken en ook de onzekerheid en de hoge lat zijn aspecten die een onderzoeker meeneemt. Hier houden wij in zijn algemeenheid rekening mee.

Verder hebben we een zorgvuldige afweging gemaakt over de meerwaarde die de KIQT+ voor ons kan hebben binnen ons werkveld. We komen tot de conclusie dat voor ons de WISC een breder beeld geeft van het cognitieve functioneren van de leerling en daarmee ook beter aansluit bij de handelingsvragen die een school heeft. 

Binnen het onderwijs zijn de verbale vaardigheden en het werkgeheugen belangrijke vaardigheden. Dit zijn niet alleen voorspellers voor het toekomstig functioneren van een leerling binnen het voortgezet onderwijs, maar ook essentiële factoren in het dagelijks werk. 

Taken die te maken hebben met verbaal redeneren, woordenschat, informatie onthouden en bewerken komen elke dag voor. Inzicht in hoe sterk of zwak deze vaardigheden zijn ontwikkeld, helpt vaak beter begrijpen waardoor een leerling op een bepaalde manier functioneert. Deze onderdelen hebben wel een plek binnen de afname van de WISC-V, maar ontbreken bij de KIQT+.

Doordat de WISC-V meer nuance en detail geeft, sluit deze beter aan bij concrete vragen als: Heeft deze leerling baat bij compacten of verrijken? Is er behoefte aan ondersteuning op executieve functies? Hoe verklaren we onderpresteren of faalangst? Waarom werkt een bepaalde aanpak wél of juist niet? 

Afstemming op wat nodig is

Onze keuze om bij een vermoeden van hoogbegaafdheid de WISC-V in te zetten en niet de KIQT+, is geen oordeel over goed of fout. Beide instrumenten hebben hun eigen plaats en functie. 

Wij kiezen echter bewust voor een brede kijk en een beschrijving van meerdere indexen (ook verbaal, werkgeheugen en verwerkingssnelheid) die iets zeggen over het cognitief functioneren van een leerling, sterkte- en zwakte-analyse en zorgvuldige afstemming op wat een leerling nodig heeft.

De meerwaarde zit rondom diagnostiek bij hoogbegaafdheid nadrukkelijk ook in de rol van de orthopedagoog die het onderzoek afneemt. Door specifieke kennis van hoogbegaafdheid en de bijbehorende diagnostische aandachtspunten — zoals asynchrone ontwikkeling, onderpresteren en taak- en werkhouding — krijgt de observatie tijdens de testafname extra betekenis. 

Deze expertise maakt dat signalen die bij een reguliere afname mogelijk onopgemerkt blijven, juist worden herkend en meegenomen in de interpretatie.

Dankzij onze inhoudelijke expertise en de korte lijnen met het onderwijs kunnen wij deze inzichten vertalen naar praktisch en passend advies.

We hopen dat bovenstaande meer inzicht geeft in onze visie rondom afname van een intelligentietest bij meer- en hoogbegaafdheid. Voor meer informatie kijk je hier.