Wat betekent het om als school werkelijk herbergzaam te zijn? Voor Marianne Brouwer, intern begeleider op De Akker in Amstelveen, begint dat bij een diepgewortelde overtuiging. ‘Als kinderen hier op school zijn, zorgen wij voor ze. En daar gaan we heel ver in.’
‘Onze kleine christelijke school op reformatorische grondslag staat relatief geïsoleerd. Voor speciaal onderwijs moeten kinderen bijvoorbeeld naar Gouda – een grote stap voor gezinnen die vaak al ver reizen. Daarom proberen we zo veel mogelijk hier te organiseren. We willen kinderen niet snel laten gaan, maar kijken eerst: wat heeft dit kind nodig en hoe kunnen wij dat bieden?
Die houding vraagt iets van het personeel. In sollicitatiegesprekken vertellen we altijd hoe divers onze school is: qua achtergrond, taal en leervermogen. Als je dat als uitdaging ziet, dan pas je hier.
Herbergzaam onderwijs betekent voor mij niet dat iedereen hetzelfde krijgt. Integendeel. In een herbergzame school bestaat juist veel ongelijkheid, maar wel een rechtvaardige ongelijkheid. Bij ons is het heel normaal dat een kind even uit de klas gaat voor ondersteuning. Net zoals het normaal is dat een ander extra uitdaging krijgt. We benoemen: voor jou helpt dit, voor een ander iets anders. Kinderen zien verschillen daardoor als iets gewoons.
Wij hebben een ruim aannamebeleid: alle christelijke kinderen zijn welkom. Dat beleid zorgt ervoor dat er bij ons ook veel leerlingen zijn die thuis geen Nederlands spreken. Dat vormt een extra uitdaging. We besteden veel aandacht aan woordenschat en aan schooltaal. Woorden als ‘oppervlakte’ of ‘deel je blad in vieren’ moet je expliciet aanleren. Als kinderen die schooltaal begrijpen, kunnen ze ook zelfstandig werken.
Vertrouwen binnen het team is voor mij een van de sleutels van herbergzaam onderwijs. Je moet tegen elkaar kunnen zeggen: dit lukt me niet, wie denkt mee? Daarom drinken we elke dag om 15.00 uur samen koffie. Niet zomaar even; het zijn soms best lange koffiepauzes. Ik weet nog dat ik dat ik daar eerst erg aan moest wennen. In deze tijd had ik ook een stapel schriften kunnen nakijken, dacht ik toen. Maar algauw zag ik hoe waardevol die ontmoetingen zijn. We kennen elkaar heel goed, durven kwetsbaar te zijn en delen zorgen en ideeën. We dragen samen de verantwoordelijkheid voor de hele school.
Een belangrijke grens voor ons is dat een kind onderdeel van de groep blijft. We proberen maatwerk te bieden, maar altijd met de groep als basis. Als er voortdurend een volwassene naast een kind moet zitten om het te laten werken, moeten we ons afvragen of we nog op de goede weg zijn.
Herbergzaam onderwijs vraagt moed en openheid. Je moet soms buiten de lijntjes durven kleuren en vooral veel met elkaar blijven praten. Als je als team achter dezelfde missie staat, kun je ongelooflijk ver komen voor kinderen.
Ouders kiezen heel bewust voor onze school; ze leggen vaak grote afstanden af om hun kinderen hierheen te brengen. Dat zorgt bijna vanzelf voor een sterke verbondenheid. Die betrokkenheid uit zich ook praktisch, bijvoorbeeld in het organiseren van vervoer via schoolbusjes en ouderparticipatie daarin. We merken dat ouders laagdrempelig contact zoeken en andersom, waardoor er een open samenwerking ontstaat.
We besteden ook bewust aandacht aan de kleine dingen: “Hé, ik moest vandaag zo lachen om je dochter, moet je horen wat voor grappigs ze zei.” Juist door veel positieve, dagelijkse contacten op te bouwen, wordt het makkelijker om ook moeilijke gesprekken samen te voeren.
Activiteiten waarbij de hulp van ouders nodig is, zetten we bewust in om ontmoeting en verbinding tussen ouders en school te versterken. Daarom is de schoonmaakavond bij ons ook meteen een borrelmoment.
Tegelijkertijd merken we dat niet alle oudergroepen even gemakkelijk betrokken raken, bijvoorbeeld ouders met een andere culturele achtergrond. Daarom zoeken we als team actief naar manieren om ook deze ouders aan te haken, bijvoorbeeld via praktische en herkenbare activiteiten. Tijdens de laatste schoonmaakavond vroegen we een aantal Eritrese ouders om vooraf hapjes te maken uit de Eritrese keuken te bereiden. Dat vonden ze erg leuk.
Ouderbetrokkenheid vraagt voortdurende aandacht en maatwerk. Ik ben ervan overtuigd: hoe sterker de samenwerking met ouders, hoe beter de school erin slaagt om elk kind te bieden wat het nodig heeft.’